Medezeggenschap: álle varianten plus praktische handvatten om er zelf mee aan de slag te gaan

Medezeggenschap binnen ondernemingen is inspraak van werknemers in de besluitvorming van deze organisaties. Het stimuleren van medezeggenschap in ondernemingen is een van de wettelijke taken van de Sociaal-Economische Raad (SER). Hoe ziet die medezeggenschap er in de praktijk uit? Waarom is het zo belangrijk om medezeggenschap te stimuleren? En wat is er nodig om medezeggenschap (zelf) tot stand te brengen? Antwoorden op deze en andere vragen lees je hieronder.

Medezeggenschap in het kort

  • Medezeggenschap binnen ondernemingen is inspraak van werknemers in de besluitvorming van hun organisatie. Medezeggenschap kan verschillende vormen hebben.
  • Medezeggenschap is van en voor iedereen. Medezeggenschap heeft veel voordelen voor werknemers én voor hun organisatie.
  • Ondernemingen met 50 medewerkers of meer zijn wettelijk verplicht een ondernemingsraad te hebben.
  • Vrijwel alle rechten en plichten rond medezeggenschap staan in de Wet op ondernemingsraden (WOR).
  • De WOR noemt drie hoofdvormen van medezeggenschap: de ondernemingsraad (or), personeelsvertegenwoordiging (pvt) en personeelsvergadering (pv).
  • De rechten en plichten voor deze vormen van medezeggenschap verschillen sterk.
  • Wie aan de slag gaat met medezeggenschap kan gebruikmaken van een scala aan praktische hulpmiddelen om dit doeltreffend te doen.

Medezeggenschap binnen ondernemingen is inspraak in de besluitvorming

Medezeggenschap binnen ondernemingen is inspraak van (vooral) werknemers in de besluitvorming van organisaties. Daarbij kan het gaan om organisaties met en zonder winstoogmerk. Van de (semi-)overheid, de zorg en het onderwijs tot bedrijven in bijvoorbeeld de financiële, retail- of IT-sector. De inspraak kan gaan over heel verschillende onderwerpen. Belangrijke thema’s zijn:

De SER bevordert medezeggenschap

De Sociaal-Economische Raad heeft de wettelijke taak werknemers en besturen in heel Nederland aan te sporen tot medezeggenschap. Om over te brengen dat medezeggenschap van en voor iedereen is. En om de kwaliteit van die medezeggenschap te bevorderen. Voor dit alles heeft de SER onder meer een speciale commissie in het leven geroepen: de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM).

Werknemers hebben recht op medezeggenschap

Werknemers hebben recht op medezeggenschap. Zij kiezen uit hun midden leden voor een ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging om ze te vertegenwoordigen.

Medezeggenschap versus zeggenschap

In elke organisatie ligt de eindverantwoordelijkheid (zeggenschap) voor besluiten bij de bestuurder. Om die reden is de bestuurder uitgesloten van de medezeggenschap. Alle andere medewerkers, ook middle-managers en overige leidinggevenden, kunnen wel lid zijn van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Dit zijn de voordelen van medezeggenschap

Medezeggenschap heeft belangrijke voordelen. Voor de organisatie die er ruimte aan geeft én voor de mensen die medezeggenschap uitoefenen.

  • Medezeggenschap verrijkt de besluitvorming. Medezeggenschap kan leiden tot beter doordachte en evenwichtigere besluitvorming. Door goed te luisteren naar mensen die nauw verbonden zijn met de organisatie, kunnen bestuurders meer relevante standpunten en ervaringen meenemen. Ook innovatieve of creatieve ideeën die anders over het hoofd waren gezien.

  • Medezeggenschap vergroot het draagvlak. Doelen die uit besluitvorming voortkomen, komen vaak sneller tot stand naarmate meer mensen in de organisatie achter die doelen staan. Zij staan hier eerder achter als bestuurders ze serieus betrokken hebben bij het opstellen ervan – bijvoorbeeld via de medezeggenschap. Dat geldt zeker als mensen hun input daadwerkelijk in de doelen terugzien.

  • Medezeggenschap verbetert het functioneren van de onderneming. Veel mensen vinden het fijn als bestuurders naar ze luisteren en open communiceren. Dat versterkt de samenwerking, bevordert het draagvlak, verbetert de sfeer en stemt tot tevredenheid. Dit komt de gezondheid, de productiviteit en het werkplezier ten goede.

  • Medezeggenschap bewaakt rechten van werknemers. Medezeggenschap zorgt ervoor dat de rechten van werknemers worden beschermd. Bijvoorbeeld op het gebied van een gezonde, veilige werkomgeving.

WOR: dé wet voor medezeggenschap

Alle organisaties met vijftig of meer werknemers moeten zich houden aan de wettelijke regels voor medezeggenschap. Die regels gaan over de rechten en plichten van iedereen die betrokken is bij medezeggenschap. De belangrijkste regels staan in de Wet op ondernemingsraden (WOR).
De WOR geeft aan wie onder de term ‘werknemers’ vallen (naast mensen in loondienst bijvoorbeeld ook uitzendkrachten die langer dan vijftien maanden voor de organisatie werken). In de WOR staat ook wanneer een organisatie welke vorm van medezeggenschap kan of moet kiezen. Bovendien stelt de wet welke rechten en plichten bij elke vorm horen.

Verschillende vormen van medezeggenschap

De WOR focust op drie vormen (of ‘structuren’) van medezeggenschap:

  • De ondernemingsraad (or)
    De or praat mee over het organisatie- en personeelsbeleid. Denk bijvoorbeeld aan reorganisaties, grote investeringen, (ver-)bouw of opdrachten aan externe deskundigen. Ook zet de or zich in voor voldoende werkoverleg, goede arbeidsomstandigheden, naleving van de regels rond arbeidsvoorwaarden en arbeids- en rusttijden, diversiteit in het aannamebeleid en gelijke behandeling en beloning van werkenden.

  • De personeelsvertegenwoordiging (pvt)
    De pvt heeft minder bevoegdheden dan de or, maar geen andere. Ook dit orgaan behartigt de belangen van het personeel. En ook zij praat mee over het organisatie- en personeelsbeleid. De pvt zet zich vooral in voor voldoende werkoverleg, goede arbeidsomstandigheden, naleving van de regels rond arbeidsvoorwaarden en arbeids- en rusttijden, diversiteit in het aannamebeleid en gelijke behandeling en beloning van werkenden.

  • De personeelsvergadering (pv)
    De pv is een bijeenkomst voor de bestuurder en werknemers bij kleine organisaties. Hier kunnen zij samen alle onderwerpen bespreken die zij belangrijk vinden en die de organisatie en het personeel aangaan. Sowieso informeert de bestuurder werknemers over de ‘algemene gang van zaken’ van de organisatie. Die omvat werkzaamheden en resultaten in het afgelopen jaar, plannen voor het komende jaar, financieel beleid, sociaal beleid en pensioen (als er een pensioenregeling is).

Varianten medezeggenschap voor en vanuit de or

Naast bovenstaande hoofdvormen, komen ook onderstaande varianten voor:

  • Centrale ondernemingsraad (cor)
    Als een organisatie meerdere organisatieonderdelen heeft, kan ze per onderdeel een or instellen en het daarbij laten. Maar ze kan ook een cor opstellen. Hierin werken alle ondernemingsraden van haar (Nederlandse) organisatieonderdelen samen.

  • Groepsondernemingsraad (gor)
    Wil zo’n grote organisatie met meerdere organisatieonderdelen niet ál die onderdelen laten samenwerken? Maar wil ze wel de krachten bundelen van een aantal? Dan kan ze voor die selectie een groepsondernemingsraad opzetten.

  • Onderdeelcommissie
    Denkt een or dat het beter werkt als medewerkers van een onderdeel van de organisatie zelf hun medezeggenschap uitoefenen? Dan kan hij voor dat onderdeel een ‘onderdeelcommissie‘ instellen. Let op: dit is niet hetzelfde als een or-commissie.

  • Europese ondernemingsraad (Eor)
    Voor grote Nederlandse organisaties met vestigingen in het buitenland, houdt het beleid rond medezeggenschap niet op bij de Nederlandse grens. Zij kunnen bijvoorbeeld een Eor instellen. Hierin zitten vertegenwoordigers uit elk land.

  • Gemeenschappelijke ondernemingsraad (Gem.or)
    Sommige ondernemers houden meerdere ondernemingen in stand, die zó sterk met elkaar samenhangen dat de instelling van afzonderlijke ondernemingsraden minder doeltreffend is. Het is dan effectiever om een gemeenschappelijke ondernemingsraad (gem.or) in te stellen. Zo’n gem.or is ook mogelijk als twee of meer van zijn organisaties elk apart te klein zijn voor een or, maar gezamenlijk wel groot genoeg.

In 10 stappen naar een or of pvt

Een goed begin is het halve werk. Dus is het slim om de juiste stappen te zetten bij het starten van een or of pvt.

  1. Neem het initiatief. Het initiatief voor een medezeggenschapsorgaan kan bij een bestuurder liggen. Maar ook bij werknemers. Zij kunnen die bestuurder vragen om mee te werken aan de oprichting van een or of pvt.

  2. Bespreek je idee intern. Je wilt een or of pvt starten? Bespreek dat met zoveel mogelijk (andere) werknemers. Dat kan je plan scherper maken en ervoor zorgen dat het thema ‘medezeggenschap’ gaat leven in je organisatie.

  3. Formuleer je verwachtingen. Bedenk vooraf wat je van de toekomstige or of pvt verwacht. Probeer ook híérbij zoveel mogelijk werknemers te betrekken. Zorg dat de bestuurder eveneens betrokken is.

  4. Stel een voorbereidingscommissie samen. Zijn de verwachtingen helder? Dan wordt het tijd om de oprichting van de or of pvt voor te bereiden. Stel hiervoor een speciale commissie samen.

  5. Stel een voorlopig reglement op. Laat de commissie een voorlopig reglement opstellen. Bijvoorbeeld aan de hand van dit voorbeeldreglement. Voor een pvt is er de leidraad personeelsvertegenwoordiging.

  6. Organiseer verkiezingen. Laat de commissie de juiste acties ondernemen om verkiezingen te organiseren voor de or of pvt. Let op: bij misstappen of te late acties kunnen verkiezingen ongeldig worden verklaard.

  7. Let op de samenstelling. Zorg dat je je houdt aan de wettelijke eisen voor de samenstelling van de or of van de pvt. Maak je er ook sterk voor dat leden een goede afspiegeling vormen van de organisatie.

  8. Installeer de or of pvt. Na de verkiezingen kan de bestuurder de or of pvt installeren en kunnen zij samen aan de slag. De eerste stap na de verkiezing is het opstellen van een definitief reglement. Dit is de verantwoordelijkheid van de or of pvt. Daarnaast is het aan te bevelen een jaarplanning te maken voor de overleggen in samenspraak met de bestuurder.

  9. Analyseer de bevoegdheden. Vind je dat de or of pvt meer bevoegdheden zou moeten krijgen? Die uitbreiding is mogelijk via een ondernemingsovereenkomst tussen de bestuurder en de or of pvt. Daarnaast kan het zo zijn dat een cao een or of pvt meer bevoegdheden geeft.

  10. Werk door aan je strategie. Een or en pvt moet niet alleen meedenken over de visie en strategie van de organisatie. Het is verstandig ook vanaf het begin de eigen strategie helder in kaart te brengen en waar nodig door te ontwikkelen.

Tools en ondersteuning voor medezeggenschap

Er zijn verschillende organisaties, platforms en tools die helpen om medezeggenschap vorm te geven. Niet alleen voor werknemers, maar ook voor bestuurders en medezeggenschapsprofessionals. Hieronder vind je een selectie.

SER-onderdelen

  • SER-kenniscentrum Het kenniscentrum medezeggenschap van de SER informeert ondernemingsraden, bestuurders en toezichthouders over actuele, sociaaleconomische ontwikkelingen die invloed hebben op medezeggenschap.

  • Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) Deze SER-commissie geeft voorlichting, aanbevelingen en praktische tips. Ook stelt ze richtbedragen vast voor medezeggenschapsscholing.

  • Bedrijfscommissies Deze commissies bemiddelen niet alleen bij geschillen over medezeggenschap. Ze geven ook voorlichting over medezeggenschap en beantwoorden concrete vragen over de WOR.

Externe organisaties

Overige ondersteuning

  • SER-publicaties De SER heeft meer dan honderd publicaties over een breed scala aan medezeggenschapsonderwerpen. Zoals:
  • Medezeggenschapsplatforms Er zijn diverse (online) platforms voor ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen. Hier worden kennis en ervaringen gedeeld – landelijk, regionaal en per sector of branche.

  • Trainers/adviseurs Het is belangrijk dat or- en pvt-leden gebruikmaken van hun recht op scholing. En dat zij bij sommige trajecten een adviseur inschakelen. Beide kunnen de kwaliteit van medezeggenschap verhogen.

  • Advocaten Soms kan de kennis en ervaring van een medezeggenschapsadvocaat goed van pas komen. Bijvoorbeeld bij een (ingewikkelde) adviesaanvraag of verzoek om instemming met een regeling die belangrijke gevolgen heeft voor medewerkers.

Medezeggenschap: de rechten

Voor de verschillende vormen van medezeggenschap gelden diverse WOR-rechten. Dat zijn deels dezelfde. Voor de personeelsvertegenwoordiging (pvt) en personeelsvergadering (pv) geldt dat zij minder rechten hebben dan de ondernemingsraad (or). De WOR legt de nadruk op zeven rechten:

  1. Adviesrecht. Het recht om advies uit te brengen over voorgenomen besluiten met betrekking tot de onderneming.

  2. Beroepsrecht. Het recht om in beroep te gaan tegen besluiten die in strijd zijn met medezeggenschapsrechten of de wetgeving over medezeggenschap.

  3. Informatierecht. Het recht om van de bestuurder alle informatie te krijgen die nodig is om effectief medezeggenschap te hebben.

  4. Initiatiefrecht. Het recht om zelf relevante onderwerpen aan te dragen en voorstellen (‘initiatiefvoorstellen’) te doen voor besluitvorming.

  5. Instemmingsrecht. Het recht om te beslissen of de bestuurder voorgenomen besluiten met betrekking tot personeelsregelingen of bepaalde systemen wel of niet mag doorvoeren.

  6. Overlegrecht. Het recht om regelmatig en constructief met de bestuurder te overleggen over relevante onderwerpen.

  7. Scholingsrecht. Het recht om via – door de organisatie betaalde – scholing kennis en vaardigheden te vergroten op het gebied van medezeggenschap.

Medezeggenschap: de plichten

De WOR-rechten van de or, pvt en pv impliceren plichten van de bestuurder. Anders gezegd: die bestuurder is verplicht de WOR-rechten van medezeggenschap te waarborgen.

Zelf hebben de or, pvt en pv ook verplichtingen, zowel richting de bestuurder als richting werknemers. Niet al deze plichten zijn wettelijk vastgelegd. Het gaat dan bijvoorbeeld om zaken als:

  • Overleggen en samenwerken. Er is geen wettelijke plicht om te overleggen of samen te werken met de bestuurder. Maar in de praktijk moeten or-leden, pvt-leden en pv-deelnemers dit wel doen als ze samen met de bestuurder iets willen bereiken.

  • Contact met de achterban. Ook dit is geen wettelijke verplichting. Maar als een medezeggenschapsorgaan goed wil functioneren, moet ze achterhalen wat er bij werknemers speelt. Daarnaast moet ze deze achterban geregeld updaten over belangrijke ontwikkelingen.

  • Geheimhoudingsplicht. Verstrekt de bestuurder vertrouwelijke informatie die nodig is voor medezeggenschapstaken? Dan kan die bestuurder het medezeggenschapsorgaan geheimhouding opleggen met betrekking tot bepaalde onderwerpen (zoals een aanstaande overname). Hier heeft het zich dan aan te houden.

    Het opleggen van geheimhouding is aan regels gebonden. Sowieso is het als or of pvt belangrijk om te begrijpen dat bedrijfsdocumenten/-informatie vertrouwelijk zijn (mede)gedeeld en dat zij er zorgvuldig mee om moet gaan.

Aanvullende rechten voor medezeggenschap

Medezeggenschapsorganen kunnen ook aanvullende rechten hebben vanuit andere wetten. Denk daarbij aan:

  • het Burgerlijk Wetboek
  • de Arbeidsomstandighedenwet
  • de Arbeidstijdenwet
  • de Wet flexibel werken
  • de Wet arbeid en zorg
  • de wetgeving op het gebied van gelijke behandeling
  • de SER Fusiegedragsregels
  • de Wet melding collectief ontslag
  • de pensioenwetgeving
  • de Wet op de Europese ondernemingsraden

Eigen wet voor medezeggenschap Defensie

Alleen organisaties die onder het ministerie van Defensie vallen hebben een eigen wettelijke medezeggenschapsregeling. Dit komt door het specifieke takenpakket van de krijgsmacht. Juist in die krijgsmacht kan het bijvoorbeeld onverantwoord zijn om besluiten of orders van superieuren te remmen of blokkeren.

De WOR is niet van toepassing op de volgende functies: leden van de Raad van State, leden van de Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman en de substituut-ombudsmannen.

Bovenwettelijke bevoegdheid medezeggenschap

De wet geeft werknemers zowel rechten als specifieke bevoegdheden om van die rechten gebruik te maken. Bijvoorbeeld het recht om advies te geven en de bevoegdheid om dit alleen over specifieke onderwerpen te doen. Het is echter mogelijk om met de bestuurder extra bevoegdheden af te spreken. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om over méér onderwerpen advies te geven.

Zo’n ‘bovenwettelijke bevoegdheid’ wordt dan vastgelegd in een ondernemingsovereenkomst. Ook kunnen in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) meer rechten aan een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging zijn toegekend.

Vormen van medezeggenschap: de belangrijkste verschillen

Er zijn veel overeenkomsten tussen ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging en personeelsvergadering. Maar ook grote verschillen. Die kunnen de reikwijdte van de medezeggenschap beïnvloeden.

Verschil in verplichting

  • Ondernemingsraad. Elke organisatie waar minstens vijftig mensen werken, moet een eigen or hebben. Als er minder dan vijftig werknemers zijn, dan mag de bestuurder vrijwillig een or instellen. Ook kan de cao voorschrijven dat er bij minder dan vijftig werknemers een or moet zijn.

  • Personeelsvertegenwoordiging. Bij organisaties met tien tot vijftig werknemers en zonder or, is een pvt verplicht. Tenminste, als de meerderheid van de werknemers een pvt wil. Bij minder dan tien werknemers, kan er een pvt komen als dat in de cao is geregeld.

  • Personeelsvergadering. Sommige organisaties met tien tot vijftig werknemers hebben geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Zolang dit het geval is, is het in deze organisaties wettelijk verplicht om een personeelsvergadering te organiseren.

Verschil in verkiesbaarheid

  • Ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging. Werknemers kunnen zich verkiesbaar stellen om plaats te nemen in de or of pvt. Elk lid van de or of pvt is door collega’s verkozen om besluitvorming te beïnvloeden. En om daarbij het belang van medewerkers én de organisatie te behartigen. Om je verkiesbaar te kunnen stellen of om te mogen kiezen moet je minimaal drie maanden bij de organisatie werken. Deze termijnen gelden alleen bij verkiezingen voor een ondernemingsraad.

  • Personeelsvergadering. Bij de personeelsvergaderingen is er geen sprake van verkozen vertegenwoordigers. Alle werknemers zijn uitgenodigd voor een pv en kunnen daar direct in gesprek met de bestuurder.

Verschil in ledenaantal

  • Ondernemingsraad. Bij minder dan vijftig werknemers moet de or drie leden tellen. Bij vijftig tot honderd werknemers vijf leden. Bij honderd tot tweehonderd zeven. Bij tweehonderd tot vierhonderd negen. Bij vierhonderd tot zeshonderd elf. Bij zeshonderd tot duizend dertien. En bij elke extra duizend werknemers twee leden meer – tot een maximum van vijfentwintig leden.

  • Personeelsvertegenwoordiging. In een pvt moeten minstens drie leden zitten. Dat kunnen er meer worden, maar alleen met instemming van de bestuurder.

  • Personeelsvergadering Een pv heeft geen leden, alleen deelnemers. Dit kunnen er zoveel zijn als het totale aantal werknemers in een organisatie.

Verschil in adviesrecht

  • Ondernemingsraad. De or mag over meer onderwerpen adviseren dan de pvt en pv. Onder meer over belangrijke reorganisaties, fusies en andere veranderingen op het gebied van de organisatie. Ook bij investeringen en het aantrekken of verstrekken van belangrijke kredieten heeft de or adviesrecht.

    Bestuurders moeten besluiten een maand opschorten als deze afwijken van het or-advies. De or heeft ook adviesrecht over het benoemen of ontslaan van een bestuurder.

  • Personeelsvertegenwoordiging. Een pvt heeft adviesrecht bij voorgenomen besluiten die kunnen leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen voor ten minste een kwart van de medewerkers. Verder heeft ze dit recht ook bij voorgenomen beslissingen die grote veranderingen kunnen veroorzaken in de arbeid, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van minstens 25 procent van de werknemers.

  • Personeelsvergadering. De bestuurder vraagt in de pv advies over voorgenomen besluiten met belangrijke gevolgen voor minstens een kwart van het personeel. Alleen als het daarover gaat, mogen werknemers in de pv advies geven.

Verschil in beroepsrecht

  • Ondernemingsraad. Een or kan een (dreigend) geschil hebben met de bestuurder. Bijvoorbeeld als hij vindt dat deze zijn wettelijke verplichtingen niet nakomt. Hij kan dan de bedrijfscommissie inschakelen. De bedrijfscommissie bemiddelt bij geschillen tussen de or en de bestuurder.

    De stap naar de bedrijfscommissie is nooit verplicht, maar kan een kostbare en vervelende juridische procedure voorkomen. Haalt de bemiddeling niets uit? Dan kan de or voor een procedure naar de Ondernemingskamer (voor kwesties rond adviesrecht) of de kantonrechter (voor kwesties rond instemmingsrecht).

  • Personeelsvertegenwoordiging. Voor een pvt geldt bijna hetzelfde als voor een or. Alleen heeft een pvt niet de mogelijkheid om naar de Ondernemingskamer te gaan. Zij moet ook voor kwesties rond adviesrecht naar de kantonrechter.

  • Personeelsvergadering. Als een bestuurder geen personeelsvergadering wil houden, dan kunnen werknemers de bedrijfscommissie vragen te bemiddelen. Werknemers mogen ook meteen naar de kantonrechter.

Verschil in informatierecht

  • Ondernemingsraad. De bestuurder moet de or alle informatie geven die nodig is voor zijn medezeggenschapstaken. Inclusief de jaarrekening. Op verzoek van de or moet dit schriftelijk gebeuren, anders kan het mondeling.

  • Personeelsvertegenwoordiging en personeelsvergadering De bestuurder moet ook de pvt en pv alle informatie geven die nodig is voor hun medezeggenschapstaken. Inclusief de jaarrekening, als de organisatie verplicht is deze te maken.

    Omdat het takenpakket van de pvt en pv lichter is, zal het om minder informatie gaan dan bij de or. Ook hoeft de bestuurder niet schriftelijk te reageren op de vraag om informatie. Mondelinge reacties volstaan.

Verschil in initiatiefrecht

  • Ondernemingsraad. De or mag zelf voorstellen doen aan de bestuurder – over alle onderwerpen die hij wil. Op schriftelijke initiatiefvoorstellen moeten bestuurders schriftelijk reageren. Anders volstaat een mondelinge reactie.

  • Personeelsvertegenwoordiging. De pvt heeft alleen initiatiefrecht als het gaat om het onderwerp pensioen. Wel is het mogelijk om met de bestuurder af te spreken dat zij ook voorstellen over andere onderwerpen mag doen. Die afspraken worden vastgelegd in een ondernemingsovereenkomst.

  • Personeelsvergadering. Deelnemers aan de personeelsvergadering hebben geen initiatiefrecht.

Verschil in instemmingsrecht

  • Ondernemingsraad. De or heeft bij veel onderwerpen instemmingsrecht. Bijvoorbeeld over het instellen, wijzigen of intrekken van personele regelingen. Onder meer op het vlak van werktijden, arbeidsomstandigheden, opleidingen, functiebeoordelingen of ziekteverzuim.

  • Personeelsvertegenwoordiging. De pvt heeft bij minder onderwerpen instemmingsrecht dan de or. Zij heeft dit recht uitsluitend met betrekking tot werk- en rusttijdenregelingen, arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim en re-integratiebeleid.

  • Personeelsvergadering. De pv heeft geen instemmingsrecht.

Verschil in overlegrecht

  • Ondernemingsraad. De bestuurder is verplicht om twee keer per jaar de algemene gang van zaken te bespreken met de or. Daarnaast moeten advies- en instemmigsplichtige zaken minimaal een keer in een overlegvergadering worden besproken. Verder kan zowel de bestuurder als de or om een overlegvergadering vragen

    Als er bij dit verzoek een reden wordt gegeven, moet die vergadering binnen twee weken plaatsvinden. Een vaststaand of verplicht aantal overlegvergaderingen is er niet. De besprekingen kunnen gaan over elk onderwerp dat relevant is voor de organisatie, of het nu sociaal, financieel of organisatorisch is.

  • Personeelsvertegenwoordiging. De bestuurder moet vanuit de WOR minstens één keer per jaar de algemene gang van zaken bespreken met de pvt. Dit kan tijdens een van de twee wettelijk verplichte jaarlijkse overleggen.

  • Personeelsvergadering. De pv moet minstens twee keer per jaar plaatsvinden.

Verschil in scholingsrecht

  • Ondernemingsraad. Elk or-lid krijgt minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Onder werktijd en doorbetaald. Daarbij gaat het om scholing in medezeggenschap. Or-commissieleden krijgen minstens drie scholingsdagen.

  • Personeelsvertegenwoordiging. Voor pvt-leden is er geen minimaal aantal scholingsdagen per jaar.

  • Personeelsvergadering. Deelnemers aan de personeelsvergadering hebben geen recht op doorbetaalde scholing.

Verschil in andere faciliteiten

  • Ondernemingsraad. De or heeft recht op specifieke ‘faciliteiten’: voorzieningen die het uitvoeren van medezeggenschapstaken makkelijker maken. Naast scholing, waarvoor een scholingsplan verstandig is, gaat het dan bijvoorbeeld om een ambtelijk secretaris (zie ook hierna), technische en administratieve voorzieningen en doorbetaalde vergadertijd.

  • Personeelsvertegenwoordiging. Een pvt heeft recht op dezelfde faciliteiten als de or. Alleen is er voor een pvt geen minimumaantal scholingsdagen, zoals voor de or. Ook moet een pvt de bestuurder toestemming vragen om commissies in te stellen. En in veel gevallen ook om tegen betaling deskundigen te benaderen. De or hoeft de bestuurder hier alleen maar van op de hoogte te stellen.

  • Personeelsvergadering. Deelnemers aan de pv hebben geen recht op faciliteiten voor medezeggenschap. Tenzij de bestuurder daar vrijwillig in voorziet.

Rol van vakbonden in medezeggenschap

Ook vakbonden spelen een rol in medezeggenschap. Zij staan buiten de organisatie, maar behartigen wel de belangen van werknemers, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden via cao-afspraken of een sociaal plan.

Vakbonden voeren de onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarnaast houden ze zich bezig met belangenbehartiging van individuele werknemers: een gebied waar de medezeggenschap zich in principe niet op richt.

Ambtelijk secretaris ondersteunt medezeggenschap

Bij een or en een pvt komen veel administratieve zaken kijken. Het is handig om hiervoor een secretaris te hebben: iemand die zich volledig richt op die zaken. De or of pvt bepaalt zelf wie de secretaris wordt.

Hoe het medezeggenschapsorgaan dit bepaalt staat hem wettelijk vrij, maar de aanpak moet in het reglement worden vermeld. De or of pvt kan het secretariaat bijvoorbeeld onderbrengen bij een van de gekozen leden. Maar steeds vaker kiest een medezeggenschap voor een gespecialiseerde professional: een ambtelijk secretaris.

Meer weten?

Heb je nog vragen over medezeggenschap? Kijk of die bij de veelgestelde vragen op de website staan. Is dat niet zo? Mail je vraag of vragen dan naar or-vragenservice@ser.nl. Bellen mag ook! Het telefoonnummer staat op de website.